Zet die zoektocht naar geluk toch even in de ijskast

Psychotherapeut Carien Karsten was sceptisch over de hoge burn-outcijfers. Interviews met tientallen jongeren maakten haar duidelijk dat ze zich niet aanstelden. Dit is haar advies voor jongeren in de gevarenzone.

Een op de zes jongeren vreest volgens nieuw onderzoek voor burn-out. De cijfers van hr-dienstverlener Tentoo kwamen uit toen ik mijn boek Minder druk net had afgerond. Het gaat over het risico op burn-out bij jongeren tussen de 15 en 25. Aanleiding voor het boek waren de steeds maar oplopende cijfers over burn-out en zelfmoord onder jongeren.

Aanvankelijk was ik sceptisch over wat er aan de hand zou zijn. Slachtoffer van de vertroetelsamenleving, verwend misschien, niet met tegenslagen kunnen omgaan? Willen ze misschien te veel? Of wordt er echt te veel van ze gevraagd?

Na interviews met tientallen jongeren en deskundigen werd me duidelijk dat hier echt wat aan de hand is. En dat heeft niet alleen met arbeidsomstandigheden of de mentaliteit van jongeren te maken, maar vooral met de ideologie waarmee ze zijn opgevoed.

De druk van het geluk

Uit de interviews komt duidelijk naar voren dat de ouders van deze generatie jongeren een zware last op hun schouders hebben gelegd. De 23-jarige student Eric zegt dat zijn generatie is opgevoed met het idee dat ze moeten doen wat ze leuk vinden. Je moet je hart volgen. Het maakt niet uit wat je doet, als je maar gelukkig bent. Die boodschap biedt weinig houvast.

Wat geluk is, wordt ingevuld door sociale media, niet door ervaring en wijsheid van de ouders. De invulling vanuit sociale media is vaak competitief: je verslaat de ander op het gebied van het leuk hebben en het beste uit jezelf halen.

De gedachte dat Eric zijn passie moest vinden en dat iedereen daarin slaagde behalve hij, werd een obsessie voor hem. De druk waaronder deze generatie bezwijkt komt duidelijk niet alleen van buiten. Het is vooral de innerlijke druk, dat je je moet onderscheiden van anderen, dat je zichtbaar moet zijn: ‘Als je niets bijzonders hebt, nergens een uitblinker in bent, dan val je niet op. Je valt tussen de wal en het schip’, zegt Jill, een 28-jarige docente. ‘Dat geldt voor leerlingen, maar ook voor docenten. Je moet presteren in sport of wat dan ook.’

Paradoxaal

De interviews hebben me de ogen geopend voor deze buitensporige en paradoxale druk: je moet opvallen, je onderscheiden en presteren, de beste versie van jezelf zijn, maar dat is alleen oké als je ook gelukkig bent. En je hart volgt. En overal bij bent. En goed geld verdient. En ook maatschappelijk slaagt. Daarnaast mag je niets missen. Want het doet ook pijn als je op de ene plek bent en het elders echt leuker is (FOMO).

Misschien dat het helpt in te zien dat het opbranden als millennial geen individueel probleem is, puur en alleen veroorzaakt door werkomstandigheden, maar ook het gevolg is van een collectieve druk waaraan een hele generatie blootstaat. Een druk die de vorige generatie heeft opgelegd door het beste met je voor te hebben: als je maar gelukkig bent.

Het helpt zeker om de eigen zoektocht naar geluk en passie voorlopig even in de ijskast te zetten en je te richten op wat je aan het doen bent en hoe dat voelt. Niet alleen in je hoofd, op het scherm, maar ook in je lijf. Geen hoge eisen en verwachtingen, maar uitgaan van wat je doet, zonder dat het per se leuk hoeft te zijn of je gelukkig moet maken.

Bron: Carien Karsten, Intermediair

Winnock nieuws | winnock.nl/nieuws