Hoogopgeleide werknemer betaalt voor autonomie met burn-out

Hbo/wo-geschoolde werknemers ervaren meer autonomie in hun werk, maar zijn ook vaker uitgeput dan lager opgeleiden. ‘We moeten voorkomen dat hele volksstammen richting de WIA gaan.’

Het ziekteverzuim onder werknemers is de afgelopen jaren aan het toenemen. Opvallend is de stijging van burn-outklachten, van 11 procent in 2007 naar ruim 17 procent in 2018. Vooral hoogopgeleide werknemers lijken ten prooi te vallen aan verschillende vormen van mentale belasting.

Het aandeel burn-outklachten ligt voor werknemers met een afgeronde hbo- of wo-opleiding met 19 procent beduidend hoger dan voor lager opgeleiden, met 16 procent. Voor klachten over de mentale belasting van het werk zijn de verschillen nog groter. Emotioneel uitgeput is een klacht waarvan zelfs 21 procent zegt enkele keren per maand of zelfs dagelijks last te hebben. Bij lager opgeleiden (vmbo of lager) bedraagt dit 14 procent.

Ook voor ‘leeg zijn aan het eind van de werkdag’ voeren de hoogopgeleiden de lijst aan, met 35 procent die daar enkele keren per maand of dagelijks mee te maken heeft. De klachten zijn het grootst onder de leeftijdsgroep 25 tot en met 34 jaar.

Genoemde cijfers zijn terug te vinden in de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van TNO en het CBS, via de NEA Benchmarktool. Op het onderdeel arbeidsomstandigheden zijn veel meer verschillen te vinden als het gaat om opleidingsniveau. Zo is de autonomie van de hbo/wo-geschoolde werknemer veel hoger dan van laagopgeleiden. Dat uit zich in het zelf kunnen beslissen hoe het werk wordt uitgevoerd en het zelf bedenken van oplossingen voor problemen. De autonome medewerker bepaalt ook in hoge mate de eigen werktijden en wanneer verlof opgenomen wordt. Op het eerste gezicht een ideaal plaatje.

Maar dezelfde groep werknemers beoordeelt de eigen werkzaamheden als bovengemiddeld moeilijk, waarvoor veel concentratie nodig is. Een groot deel (40 procent) ervaart vaak of altijd last van informatie-overload. De helft van deze werknemers is vaak of altijd bereikbaar buiten werktijd (49,6 procent). De vrijheid en zelfstandigheid van de hoogopgeleide werknemer heeft zo beschouwd een duidelijke keerzijde. Wie in dit spanningsveld van mentale belasting niet het evenwicht kan behouden, loopt een risico.

Professional governance

Shirley Oomens is bijzonder lector arbeidsdeskundigheid aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Zij spreekt van professional governance. ‘Je bent verantwoordelijk voor je eigen taken. Als thuiswerken kan, wordt wel verwacht dat je levert.’ Mensen die erg perfectionistisch zijn, hebben al een grotere kans om burn-out te krijgen, zegt zij. ‘Maar het lastige van perfectionisme is dat het de organisatie veel oplevert.’ Vaak zien collega’s eerder dan de perfectionist dat die te veel hooi op de vork heeft. Om de balans te bewaren moet je dus niet alleen goed in de spiegel kijken, je moet ook durven opkomen voor jezelf en vaker ‘nee’ zeggen.

‘Leidinggevenden zouden ernaar moeten streven dat mensen optimaal functioneren en dat betekent zo gezond mogelijk’, zegt Oomens. ‘Daar heeft de organisatie op de lange termijn het meest aan. Als je de arbowet serieus neemt, zorg je voor het welzijn van je medewerkers.’

Arbeidsomstandigheden

‘Burn-out of overspannenheid is een vorm van psychosociale overbelasting’, zegt Daniel Kuin, arbeidshygiënist bij Zorg van de Zaak. ‘Het betekent in praktijk dat mensen emotioneel uitgeput raken en na een kantoordag tot niets meer komen. Het herstel van die uitputting gaat dan steeds moeilijker. Door altijd aan te staan, ga je vanzelf een keer uit.’

Kuin somt de bekende oorzaken op: ‘Hoge werkdruk, toename van informatiestromen, gestoord worden door collega’s, de lastige werk-privébalans, bereikbaar zijn buiten werktijden. Er is bijna geen ruimte meer voor ontspanning.’

Voor een deel mag van een werknemer verwacht worden dat hij of zij het werk zo organiseert dat structurele overbelasting voorkomen wordt. Maar aan de andere kant zijn er tal van randvoorwaarden waar de werknemer weinig of geen invloed heeft. Een gebrek aan concentratiewerkplekken of de lawaaiige kantoortuin is aan de werkgever. Afspraken over werktijden en bereikbaarheid evenzeer. ‘Daar is vaak onvoldoende aandacht voor’, zegt Kuin.

Mentale (over)belasting is ook te vinden in de omgang op de werkvloer. Gebrek aan aandacht en waardering heeft een prijs. Negeren, intimidatie, discriminatie en pesten is ronduit schadelijk. ‘Je kunt ook kijken naar de natuurlijke tegenhanger van werkstressoren, de energiebronnen. Dan gaat het om aandacht, waardering, sociale steun, autonomie, een werkomgeving die aansluit bij de aard van de werkzaamheden, noem maar op’, zegt Kuin.

Risico-inventarisatie

De psychosociale omstandigheden op het werk zijn niet eenvoudig in kaart te brengen. Bovendien, waar ligt de lat, welke mentale belasting is redelijk en wanneer wordt te veel gevraagd? ‘Het is niet zo simpel als een brandblusser ophangen. Het vereist inzicht in het functioneren van je organisatie en vraagt om interventies in alle geledingen, van werkvloer tot en met management’, zegt Kuin. ‘Ga gewoon eens met elkaar in gesprek rond dit thema. Gebruik beschikbare informatie zoals verzuimcijfers, personeelsverloop, exitgesprekken.’

Alle werkgevers behoren te beschikken over een risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) en behoren daarvoor ook een preventiemedewerker aan te wijzen. ‘Je kijkt dan naar de belangrijkste redenen waarom mensen als gevolg van hun werk ziek kunnen worden. Je kijkt natuurlijk naar veiligheidsissues, naar risico’s op fysieke klachten en als derde kijk je naar de component mentale belasting. Ga daarover in gesprek. Want we moeten voorkomen dat hele volksstammen richting de WIA gaan.’

Bron: Siebe Schootstra, Intermediair

Winnock nieuws | winnock.nl/nieuws