Elkaar aanspreken

Nu gaat die klant, collega, of wie dan ook echt te ver! Een afspraak wordt bijvoorbeeld niet nagekomen, je zit op iets te wachten of iemands gedrag is storend. Er zijn momenten dat we een ander misschien wel willen aanspreken. Omgekeerd zijn er ook momenten dat we zelf worden aangesproken, en dat wil nog wel eens in het verkeerde keelgat schieten… En als we willen dat mensen op het werk ‘elkaar vaker gaan aanspreken’ wil dat vaak niet lukken. Wat speelt hier? En welke tips geeft oplossingsgericht werken ons?

Psychologische basisbehoeften

Allereerst: het is niet gek dat we het lastig vinden elkaar aan te spreken. De drie psychologische basisbehoeften verbondenheid, vakmanschap en autonomie (de zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan) zijn zomaar alle drie tegelijk in het geding!

Want wordt je zelf aangesproken op je gedrag dan speelt:

A – Autonomie: ‘die ander wil mij zijn wil opleggen!’
B – Binding, verbondenheid: ‘die ander waardeert mij niet (meer)!’
C – Competentie: ‘die ander vindt het niet goed wat ik doe!’

Kortom, dat het bij aanspreken vaak niet goed gaat òf dat mensen elkaar liever niet willen aanspreken is niet gek. Er valt veel te verliezen!

Elkaar aanspreken stimuleren

Dat we willen dat mensen elkaar aanspreken, bijvoorbeeld collega’s of leerlingen onder elkaar, is soms van groot belang. Zo kan dit ervoor zorgen dat er met elkaar beter worden samengewerkt en meer bereikt. Het kan bijdragen aan het bereiken van doelen en verhogen van kwaliteit. Oplossingsgericht werken biedt hiervoor een aantal kansen:

  1. Focus op wat goed gaat

Door Oplossingsgericht werken is er veel aandacht voor wat goed gaat, en nadrukkelijk ook voor hoe dat nog meer benut kan worden om de gewenste doelen te behalen. Dat is een veel minder bedreigende invalshoek om toch te werken aan het bereiken van doelen en kwaliteitsverbetering.

Als er – door oplossingsgericht werken – veel oog is voor wat goed gaat, voelen mensen zich competent en verbonden. Hierdoor ontstaat meer ruimte en flexibiliteit om ook over de ‘moeilijke dingen’ te praten.

Hoe geef je aandacht aan wat goed gaat?

  •  Zoek voortdurend naar (kleine) dingen die goed gaan om daar verder mee te gaan werken. Investeer in het opmerken en bespreken van progressie.
  • Kies een Oplossingsgerichte focus in gesprekken.
  • Vraag wat de ander wil, wat al werkt of geef met je vraag erkenning.
  • Zorg voor het ervaren van de onderlinge waardering: Erkennen, complimenten geven, complimenterende vragen stellen en successen met elkaar bespreken en vieren.

En even voor de helderheid… bezig zijn met wat goed gaat in Oplossingsgericht werken is niet een soort Tsjakka roze wolk tactiek ‘om het maar positief te houden’. Doe je het goed dan onderzoek je heel nauwgezet wat al werkt en wordt daarna heel concreet gekeken hoe dit benut kan worden voor de volgende stap om een doel te bereiken. Het is een invalshoek voor onderzoek dus, die tegelijkertijd wèl prettig aanvoelt.

  1. Wees transparant en vraag feedback

Bij het werken vanuit de Oplossingsgerichte basishouding ben je ‘open’ voor anderen en in contact met jezelf. Dit betekent bijvoorbeeld transparant zijn over punten waarop je jezelf nog wil ontwikkelen. Doen meerdere mensen dit, dan nodigt dat uit tot een cultuur van onderlinge uitwisseling en feedback.

Oplossingsgericht werken gaat vooral over vragen stellen. Dit betekent ook dat ‘feedback vragen’ logischer wordt en bovendien slimmer wordt aangepakt. En dat blijkt effectiever te werken voor een ‘aanspreekcultuur’ dan met drang en dwang iedereen te stimuleren de ander aan te spreken.

  1. Ontvangen van feedback

Ook betekent de Oplossingsgerichte basishouding dat ‘afweer’ na het ontvangen van feedback omgezet kan worden in een vraag En wel een vraag die leidt tot een echt gesprek, een goede kwalitatieve uitwisseling. Onderdeel van Oplossingsgericht werken is namelijk het effectief ontvangen van feedback.

Bron: Solvitas.nl

Winnock nieuws | winnock.nl/nieuws